PDA

Volledige versie bekijken : Samson


vanwinjp
8 oktober 2003, 17:05
Ik had graag wat meer informatie gekregen rond een pionier van wielersport. Ene Samson. Wie was die man ? Van waar was hij ? , etc...

kris
8 oktober 2003, 17:45
http://www.dewielersite.net/coureurs/lootens_j.htm

Een gast
8 oktober 2003, 18:34
Dit is van de wielersite


Julien Lootens "Samson"

geboortedatum/date of birth 2 augustus 1876
geboorteplaats/place of birth Wevelgem, België
overleden/date of death 5 augustus 1942
professional 1901-1921
ploegen/teams -

Hij is overleden in Brussel

Flupke
8 oktober 2003, 18:37
Hij was 7de in de Tour van 1903 en 20ste in 1905,zijn etappe-uitslagen kan je hier (http://www.memoire-du-cyclisme.net/eta_tdf/tour_de_france.php) bekijken.

vanwinjp
8 oktober 2003, 18:55
Hartelijk dank voor de snelle info. Ik vond hem als Brusselaar terug, maar dat klopt blijkbaar niet. Tenzij hij er reeds tijdens zijn actieve loopbaan deels zijn verblijfplaats had. Zou hij reeds in Brussel verbleven hebben toen hij nog actief was voor en na WO I ? Johan

Jozef Hamels
8 oktober 2003, 23:05
Hallo Johan

In Nummer 51 van het blad Koers staat een artikel van 2 pagina's + 2 mooie
foto's van Julien Lootens.

Ik heb zelf geen scanner, maar misschien wil iemand dan wel doen voor de personen die daar belangstelling voor hebben.

Groeten

Jozef

vanwinjp
9 oktober 2003, 18:09
Bedankt Jozef.

Nr 51 van Koers kan ik zelf wel op de kop tikken.

Johan

harrie lemeer
10 oktober 2003, 17:33
johan,
zou je voor mij wel het betreffende artikel kunnen scannen (indien je het op de kop tikt)
alvast bedankt

harrie :wub:

Jozef Hamels
10 oktober 2003, 19:07
Hallo Harrie

Ik kan het u zelf en alle anderen het volledig artikel reeds bezorgen.



JULIEN LOOTENS alias “SAMSON” door Rudy Neve -


Aan de allereerste Tour de France in 1903 namen 60 renners deel, waaronder drie Belgen: Marcel Kerff uit Sint Pieters Voeren, Alois Catteau uit Menen en Julien Lootens uit Wevelgem.

Julien Lootens was de derde zoon van Adolf Lootens en Leonie Sette. Zijn vader was afkomstig uit Brugge en zijn moeder uit Evergem.

Bij de geboorte van Julien op 2 augustus 1876 kwam zijn vader aan de kost als huisschilder-herbergier. Het gezin woonde in de Roeselarestraat nr 16 te Wevelgem.
Zoals later zou blijken had Julien wel de juiste geboortedag maar niet de juiste geboorte-
plaats gekozen. Op 26 oktober 1877 trok de familie Lootens van Wevelgem naar Kortrijk om via Lauwe en Tourcoing in Brussel te belanden.

Al vlug kwam Julien er in de betere kringen terecht en nam hij als renner de schuilnaam “Samson” aan. Die schuilnaam gebruikte hij alleen in het rennersmilieu. In die tijd, we spreken hier over de periode rond de eeuwwisseling, was het vrij normaal dat men als renner een schuilnaam koos. Zo was Ernest Van Hamme gekend als “Fernandez” en Oscar Van Den Eynde als “Maurice” om maar bij enkele bekenden uit die periode te houden. Die schuilnaam werd gebruikt omdat men niet wou dat men als gegoede burger zijn naam in de volkse sportuitslagen zou terugvinden.

Meestal waren de renners uit die periode uit de betere kringen afkomstig en waren ze gepassioneerd door de fiets. De wedstrijden werden bij gebrek aan goede banen op de piste gereden. Om in die periode over een fiets te beschikken, moest men inderdaad al uit de betere kringen afkomstig zijn. Pas bij de opkomst van de Flandriens, de periode kort voor de eerste wereldoorlog, kon ook Jan met de pet aan wielerwedstrijden deelnemen, zij het dan eerder om een supplementair centje bij de verdienen.

Via zijn connecties in de Brusselse societykringen kon Julien geregeld aan de bak komen op de talrijke pistes die ons land toen telde. Een stadje als Menen beschikte in het begin van de eeuw over een korte houten baan aan de Barakken, een betonnen piste aan de Kortrijkstraat en een assepiste aan het huidige ontmoetingscentrum.

Over zijn escapades op de piste zal ik het later hebben. Keren we eerst terug naar de Tour de France van 1903. Die Tour startte in Parijs over een afstand van 2500 km en beschikte over een prijzenpot van 25.000 Bef en bestond uit 6 ritten. Omdat het rittenschema slechts uit marathonritten bestond, werd er vroeg gestart en men kwam laat aan en geregeld werden rustdagen ingelast. Om een idee te geven van de afstand volgt hier het rittenschema van die eerste Tour. Paris-Lyon 467 km, Lyon-Marseille 374 km, Marseille-Toulouse 432 km, Toulouse-Bordeaux 268 km, Bordeaux-Nantes 425, Nantes-Paris 471 km.

De Nordist Maurice Garin, bijgenaamd « de kleine schoorsteenveger », zou van de eerste tot de laatste rit in het geel rijden en met bijna 3 uur voorsprong de eerste Tour de France winnen. Julien Lootens zelf deed het verre van slecht bij zijn Tourdebuut. Hij werd tweede in vierde rit, derde in de derde en zesde rit, om uiteindelijk zevende te worden in de eindrangschikking. Marcel Kerff werd zesde en Alois Catteau tiende. Men spiegelde de Wevelgemse Brusselaar al een veelbelovende loopbaan als ronderenner voor, doch die voorspelling zou slechts gedeeltelijk uitkomen.

In de Tour van 1904 kwamen 80 deelnemers aan de start in Parijs waaronder opnieuw Alois Catteau en Julien Lootens.
Het werd een Tour vol incidenten. Verschillende getuigen konden immers verklaren dat de eerste vier renners (Maurice Garin, Lucien Pothier, César Garin en Hyppolyt Aucouturier) het parcours op een niet reglementaire manier hadden afgelegd. 0nderweg hadden ze diverse keren de trein genomen en op die manier een grote tijdswinst geboekt op hun concurenten.
Rekening houdend met deze deklasseringen eindigde Julien Lootens achtste in de tweede rit en vierde in de zesde rit.
Het was de Fransman Henri Cornet (Cornet was zijn schuilnaam in werkelijkheid heette hij Jardy) die uiteindelijk tot eindwinnaar werd uitgeroepen. Alois Catteau werd derde in de eindstand.

De beide spitsbroeders Lootens en Catteau kregen er maar niet genoeg van en op 9 juli 1905 verschenen ze als enige Belgen opnieuw aan de start in Parijs.
Alois Catteau zou elfde eindigen in die Tour en Julien Lootens “slechts” twintigste. In de schaarse bronnen die over die periode bestaan vinden we Julien Lootens nog éénmaal in het rondeverhaal terug. Dat was in 1906, maar hij werd toen tot opgave gedwongen. Zijn kompaan uit Menen zou zesde worden in 1906, negende in 1907 en eenentwintigste in 1908.
Zij waren de voorlopers van een andere generatie West-Vlamingen als daar waren : Cyriel Van Hauwaert uit Moorslede, Robert Wancour uit Wervik, Paul Deman uit Rekkem en Odiel Defraeye uit Rumbeke die de Franse hegemonie definitief zouden breken. Laatsgenoemde zou in 1912 voor de eerste Belgische Touroverwinning zorgen en niet minder dan negen Belgen konden zich toen tussen de eerste twaalf rangschikken.

Een andere legendarische wedstrijd waar Julien zich door aangetrokken voelde was Parijs-Brest-Parijs met zijn 1200 km de langste wedstrijd in lijn. Deze werd slechts om de 10 jaar georganiseerd en zou sterk bijdragen tot de uitstraling van de wielersport.
Julien Lootens nam deel aan de edities 1901, 1911 en 1921. Hij zou ze alle drie uitrijden wat op zichzelf al een prestatie was.

In 1901 waren er 139 vertrekkers waaronder drie Belgen. De start werd gegeven op 16 augustus om 5 uur ’s morgens en de aankomst was voorzien op 18 augusrus. Er kwamen 88 aan en Julien werd met een tijd van 77 u 59 min 18 sec als negende afgeklokt in het Parijse Prinsenpark. Tien jaar later kon hij zijn chrono sterk verbeteren. met 66 u 28 min werd hij echter ‘maar’ dertiende. In 1921, hij was toen al 45 jaar, en had er nog niet genoeg van en met een tijd van 95 uur, kon hij toch nog 24ste worden. Het was de Waal Louis Mottiat die toen met een tijd van 55 uur 07 minuten de wedstrijd won.

Een nu nog tot de verbeelding sprekende wedstrijd waaraan hij ook verschillende keren deelnam, was Parijs-Roubaix. Na in 1902 tweeentwintigste en in 1903 twintigste te zijn geweest zou hij in 1904 zijn sterkste prestatie neerzetten in de helletocht. Alhoewel in die periode alle wedstrijden als helletochten konden worden bestempeld.

In die vroege ochtend van 3 april 1904 keken de toeschouwers zich de ogen uit bij de start in Parijs. Voor hen stonden compleet andere renners. Door het wegvallen van de gangmakers moesten de “dwangarbeiders van de weg” nu zelf hun materiaal meenemen.
Enkele binnenbanden rond hun rug, schuin over de schouder en aan hun stuur een zak met het strikt noodzakelijke materiaal zoals een Engelse sleutel, een sterke schroevendraaier die desnoods als beitel kon dienst doen, stukken schakels en enkele wielspaken.Twee bidons drinken op het stuur en genoeg eten op zak tot de eerste bevoorrading. gedaan dus met de kleurrijke stoeten van tandems, tripletten en andere motorfietsen die de wielrenners in de vorige edities voorafgingen en tot gesjoemel hadden geleid.

Deze achtste editie zou een duel worden tussen de Fransen Hippolyte Aucoutier en César Garin (de broer van de eerste Tourwinnaar). Het werd beslecht in het voordeel van eerstgenoemde, die Garin in de spurt met twee lengtes voorsprong versloeg. Na hen volgde op vele minuten een elitegroepje waarvan ook Lootens deel uitmaakte. Hij werd tiende en eerste buitenlander. Hoeveel maal Julien aan de start kwam in Parijs – Roubaix is moeilijk te achterhalen, maar in 1912, hij was toen al 36 jaar, legde hij toch nog beslag op de drieenzestigste plaats.

Alsof al dat reizen nog niet genoeg was, kwam Julien ook nog regelmatig op de piste uit, zowel in zuivere snelheid als in stayerswedstrijden. Ook in die disciplines zou hij het verre van slecht doen. Samen met de Ieperling Arthur Vanderstruyft zouden ze als eerste Belgen in 1903 deelnemen aan de 6-daagse van New York waarin ze negende zouden eindigen op twee ronden van de Amerikanen Walthour-Munroe. In die zesdaagse werden er 1730 km afgelegd en mochten de renners van elke ploeg aflossen naar eigen goeddunken. Terwijl de ene renner rustte, moest zijn ploegmaat dus verplicht op de baan blijven rondtoeren. In 1904 was hij ook deelnemer aan de prestigieuze “1000 km match van Parijs” in de Parijse wintervelodroom. Hij zou er vierde worden.

Ook in eigen land was hij een veelgevraagd renner en meestal was Jan Olieslagers zijn vaste gangmaker. Hij reed meestal op de Brusselse wielerbanen zoals: Karreveld, Vélodrome de la Cambre en Linthout. Maar bij gelegenheid kwam hij ook graag naar Zuid-West Vlaanderen terug waar we hem geregeld in de uitslagen terugvinden. Op 4 april 1909 bijvoorbeeld nam hij deel aan een wedstrijd op de Harelbeekse piste bestaande uit drie reeksen achter zware motoren. Hij won de drie reeksen en werd vanzelfsprekend ook eindwinnaar. Een maand later, op 30 en 31 mei nam hij deel aan een tweedaagse op de Franco-Belge velodroom van Menen en won er de tweede dag ook de koers achter zware motoren. Dat jaar op 21 juli was hij ook van de partij toen de Belgische stayers kampioen Karel Verbist verongelukte op de Brusselse Karreveldveldwielerbaan. Ter gelegenheid van de Nationale feestdag was er voor een uitverkochte piste een internationale stayerswedstrijd .
Tijdens de laatste ronde van een wedstrijd die Verbist zou winnen, verloor zijn gangmaker door een klapband de controle over zijn stuur. Het vehikel begon te slingeren en Verbist die niet tijdig kon afremmen, botste aan meer dan tachtig km per uur tegen de rol van de motor. Hij vloog tegen de balustrade, schoof weer op de piste en werd nog eens overreden door Meinhold, de gangmaker van de Duitser Schipke.

Karel Verbist die als eerste over de meet was gevlogen, werd zwaar toegetakeld en overleed enkele minuten later. Julien Lootens die meer geluk had, kon de valpartij ontwijken en werd tweede in die wedstijd. Het drama van Karreveld dompelde het hele land in rouw en Karel Verbist kreeg een koninklijke begrafenis.

Na een wielercarriere van meer dan twintig jaar overleed Julien Lootens op 6 augustus 1942 in Brussel, hij was toen 66 jaar en 6 dagen oud.


Vriendelijke groeten

Jozef

harrie lemeer
11 oktober 2003, 00:22
jozef bedankt voor je schitterend werkje :thumbs-up:

sloebertje
27 april 2014, 11:52
Bijgevoegde postkaart staat op dewielersite bij Julien Lootens
Op de site van Le Petit Braquet staat deze echter bij Oscar Lootens

Wie brengt uitsluitsel ?